
Er was eens een stinkkabouter die heel erg stonk. Hij heette Wouter.
Wouter rook meestal naar rotte vis, soms naar zweetvoeten en heel af en toe even naar scheetjes. Wouter was er blij mee dat zijn geur zo sterk was en hij was nog blijer met dat hij zijn geur kon veranderen in wat hij maar wilde. Rotte vis was zijn lievelingsstank, maar ook aan de ergste stank kun je wennen en dan ruik je hem niet meer. Daarom wisselde Wouter af met zweetvoeten en scheetjes en als hij dan weer naar rotte vis rook, prikkelde dat zijn neus alsof het de eerste keer was.
Wouter woonde in een grappig kabouterhuisje aan de rand van een magisch bos.
Op een dag kwam er een nieuwe heks in dat bos. Zij heette Uldrika.
Het bos was groot en er woonden wel meer heksen, dus Uldrika viel niet meteen op. Ze zag er voor een heks heel gewoon uit. Ze had lang grijs haar en een haakneus, waaruit op precies de goede plek een wrat groeide. Ze droeg een puntmuts en een jurk volgens de laatste heksenmode en ze had grote voeten met lange teennagels.
Ze viel pas op, toen ze het bos begon te poetsen.
Eerst poetste ze in een kleine cirkel rondom haar heksenhuis. Daar wreef ze met een doekje over elk blaadje aan iedere boom tot het glom. Ze boende alle stenen met een borstel brandschoon. Ze kamde zelfs het gras.
De rook uit de schoorsteen van haar heksenhuis was citroentjesfris, want in haar ketel op het vuur brouwde ze geen toverdrank, maar toverschoonmaakmiddel. Iets dat met dat middel was schoongemaakt, werd nooit meer vies. Zo hoefde ze niks opnieuw te doen.
Vlakbij een konijnenhol trof de heks een bemodderde vos die lag te dromen van konijnenbout.
"Vies beest," krijste Uldrika en voor de vos wist wat hem overkwam, zat hij in bad. Pas toen hij naar lavendel rook, liet Uldrika hem weer gaan.
Dankzij het toverschoonmaakmiddel was Uldrika snel klaar in de kleine cirkel rondom haar heksenhuis. Ze trok een middelgrote cirkel om de kleine cirkel en toen een flinke cirkel om de middelgrote cirkel. Maar ook binnen de flinke cirkel was het bos al gauw glimmend en brandschoon en gekamd. Uldrika begon met het trekken van een enorme cirkel, die bijna net zo groot was als het bos zelf.
Een glimmend, brandschoon, gekamd bos is natuurlijk geen fijne omgeving voor dieren. Ze gingen naar de andere heksen om te klagen.
"Nog geen takje laat ze liggen," piepten de vogels. "Waar moeten wij nu onze nesten van bouwen?"
"Wij hebben niks te eten," knorden de grazers. "Alles smaakt citroentjesfris!"
De vogels en de grazers kregen bijna ruzie over wie de meeste last had van Uldrika, maar toen sprak de vos: "En ik dan? Mij is iets vreselijks overkomen!"
De andere dieren werden stil. Iedereen wist wat er met de vos gebeurd was. Hij rook nog steeds naar lavendel. Hij schaamde zich dood.
"Jullie moeten iets doen," zei de vos tegen de heksen.
Maar de heksen vonden het wel leuk dat de dieren ongelukkig waren en deden niks.
Toen kwam Uldrika bij de rand van het bos, waar Wouter woonde. Wouter kwam net zijn huisje uit voor een ochtendwandelingetje. Uldrika was bezig met haar enorme cirkel, maar toen ze de rotte vislucht van Wouter rook, veranderden haar plannen meteen.
"Vies beest," krijste ze en voor Wouter wist wat hem overkwam, zat hij in bad. Uldrika kneep een hele fles lavendelbadschuim leeg in het water.
Wouter spartelde zo hard hij kon. Die heks waste zijn lievelingsstank eraf!
Maar toen ze hem afdroogde, rook Wouter naar zweetvoeten.
"Vies beest," krijste Uldrika en ze dompelde Wouter opnieuw onder. Ze pakte een tweede fles lavendelbadschuim, maar Wouter spartelde niet meer. Hij had begrepen hoe sterk zijn geur was.
Toen Uldrika Wouter weer afdroogde, rook ze scheetjes. De wrat op haar neus trilde van afkeer.
"Vies beest!"
Uldrika was zo woedend dat Wouter bleef stinken, dat ze hem nu niet in bad, maar in de pruttelende heksenketel onderdompelde. Daar schrok Wouter wel even van, maar Uldrika schrok nog meer van wat er toen gebeurde.
Citroentjesfris vocht tegen scheetjes, zweetvoeten, rotte vis en alle vieze en minder vieze geurden die Wouter kon hebben. Citroentjesfris verloor. Alle andere geuren kringelden door de schoorsteen en daalden neer in het magische bos. Alles kreeg zijn eigen geur terug, zelfs de vos, die dat eigenlijk helemaal niet verdiende.
Niet veel later verhuisde Uldrika.
Wouter stonk nog lang en gelukkig.